Beatrice Boucher consulten cursussen artikelen links contact

de levensprocessen in het menselijk organisme
de drie chakra-niveaus

space picture

Lezing van Ruperti voor het congres: 'Première Rencontre des thérapies psycho-corporelles'
Toulouse, mars 1984


Het stemt hoopvol te zien dat er onder Europeanen (1984) een groeiende openheid ontstaat voor een wijsheid die het menselijke functioneren humanistisch benadert. Dankzij deze openheid die soms alleen maar van intuïtieve aard is, hebben we nu de verschillende vormen van bio-therapieën, de acupunctuur, de chiropractie, de jungiaanse psychologie, de radiësthesie, de homeopathie en verschillende manieren om magnetisme toe te passen.

In al deze benaderingen probeert men - in tegenstelling tot de klassieke geneeskunst - de mens te zien als een totaliteit van lichaam, geest en psyche. Men voelt dat de fysieke werkelijkheid uit meer onderdelen bestaat dan de grof fysieke elementen en dat de toestand van dit lichaam afhankelijk is van een gezonde relatie met zijn psychisme en zelfs spirituele constitutie, met andere woorden, van zijn totale zijn.

Desondanks lijkt het me dat de juiste kennis van de Holistische Mens ontbreekt, zelfs bij degenen die een of ander vorm van alternatieve geneestkunst beoefenen. In tegenstelling tot wat in de moderne natuurkunde gebeurt, is men hier wél bewust dat alles energie is en probeert zo goed als het kan deze energiestromen te wijzigen; alleen circuleren deze energiestromen op verschillende wijze en op verschillende niveaus afhankelijk van de gebruikte benadering. Dat er sprake is van verschillende niveaus van energiestromen staat buiten kijf; maar beseft men wel dat de verschillende niveaus van werkzaamheid met de verschillende niveaus van uitdrukking van de totale persoonlijkheid corresponderen?

De drie systemen van energiecirculatie

Er zijn drie circulatiesystemen betreffende de vitale levensenergie en ze zijn op drie verschillende niveaus werkzaam in het lichaam. Het eerste niveau kan men het biologisch-emotionele niveau noemen: het correspondeert met Mars en Venus; het tweede niveau is zenuw-intellectueel en sociaal van aard en correspondeert met Jupiter en Mercurius; het derde is individueel en 'egoïsch' van aard en correspondeert met Saturnus en de fotosfeer van de Zon.

Op alle niveaus wordt de energie-omloop door de Maan gesymboliseerd. Maar hoewel men drie niveaus kan definiëren, tonen deze ten alle tijden een onderlinge samenhang en afhankelijkheid.

- Op het eerste niveau, vinden we het bipolaire systeem van bloed en lymfe met alle bijbehorende klieren en cellen die hun chemische producten erin brengen.

- Op het tweede niveau vindt men het sympathische zenuwstelsel met zijn verzameling van zenuwcellen én hun tegenpool, het pneumo-gastrische systeem met de nervus vagus (dwalende zenuw), de para-sympathische zenuw en ook de circulatie van de 'adem' (Prana).

- Op het derde niveau treft men de actie van het cerebro-spinale zenuwstelsel, de minder bekende circulatie vam de cerebro-spinale vloeistof waarmee de craniale chiropracttie zich bezig houdt. We vinden daar de nog mystieuzere werkingen van de kundalini die vanuit het Saturnus-centrum aan de basis van de ruggengraat (muladhara) omhoog moet komen tot aan het cranio-centrum waar - zeg men - het licht tussen de hypofyse en de epifyse trilt.

Op ieder niveau treft men een 'afremmend' em een 'dynamiserend' systeem. Op het eerste niveau is deze van chemische en kliervormige aard; op het tweede niveau van nerveuze of pranische aard; op het derde niveau is het de kwaliteit van de wil en van het geïndividualiseerde geweten dat het proces beheerst.

Met ander woorden, de ademhaling en de oxydatie- en verbrandingsfuncties werken op het eerste niveau op chemische wijze in op het bloed in de haarbuisjes van de longen. Van daaruit werken ze in op alle organen en cellen. Ieder inademing moet ieder deel van het organisme belevendigen.

Op het tweede niveau begrijpt men dat men bij iedere inademing ook prana inademt dat zijn weg vindt naar alle delen van het lichaam. Dit gebeurt dankzij de nervus vagus en het grote sympathische zenuwstelsel. Deze activiteit van het zenuwstelsel beheerst alle klierprocessen van het eerste niveau. Zij wordt op haar beurt gecontroleerd door het cerebro-spinale zenuwstelsel van het derde niveau door welke de Wil van het Ik zich doet voelen, vaak op vernietigende en meedogenloze manier.

De niveaus van integratie

Laten we nu iets bespreken dat de Hindoes de chakra's noemen: de distributiecentra van energie in het menselijke organisme. Het lijkt me dat er velen zijn die over de chakra's spreken en ook ze bewust willen beïnvloeden maar, zonder te weten dat er 3 series chakra's zijn en niet één. Iedere serie correspondeert met een bepaald niveau van mogelijke integratie van de mens. Ieder verhoudingsniveau tussen een mens en het universum vereist een ander type energie en een ander kunnen. In eerste instantie bestaat er het eerste niveau, waarop de circulatie van de energieën gebeurt door middel van het grote sympathische zenuwstelsel: dit is het vitale en biologische niveau. Het is op dit niveau dat de chakra's beschreven worden door de Hindoe-traditie. Integratie betekende voor hen zelf meester zijn/worden over de vitale energieën van het organisme door de honger, de seksualiteit en de ademhaling te beheersen. Het individu van nu zou niet meer onderworpen moeten zijn aan de dictatuur van deze levensenergieën.

Op het tweede niveau wordt het individu meester over zijn natuur. Hij verlangt zijn eigen wil en eigenaardigheden te laten gelden. Hij moet nog integratie bereiken met zijn ziel. Hier moet men een metamorfose ondergaan of het ego transfigureren en de essentie van zijn identiteit realiseren. Steeds meer mensen bevinden zich vóór deze tweede integratie die in eerste instantie correspondeert met het proces van individuatie zoals door Jung beschreven.

Op het derde niveau is de integratie van spirituele orde en brengt bevrijding van alle dwangen van het leven.

Het is op het tweede niveau, dat vooral belangrijk is voor de moderne mens, dat we de chakra's op een andere manier moeten zien dan de hindoetraditie het ons voorstelt. Men spreekt van 7 chakra's, maar het eerste en het laatste hebben een speciale rol en dat heeft te maken met het feit dat ze tot de tweede serie behoren. De vijf andere chakra's bevinden op het niveau van de geslachtsdelen, de plexus, het hart, de nek en de keel, en de hypofyse. Ze hebben een hiërarchische verhouding ten opzichte van elkaar en de betekenis die men hun geeft, heeft hiermee te maken. Het omhoog komen van de kundalini is feite een terugkeer naar de bron. In astrologische termen vertaald: het terug gaan van de zonnekracht van Saturnus naar die Zon.

Op dit niveau van integratie vertegenwoordigt Saturnus 'de zaai-plaats'. De grote plexus van sympathische zenuwknopen die zich op het niveau van de maag bevinden, behoren tot het domein van Jupiter. Dit is het centrum waar de grote religieuze ideeën, het onderbewuste binnendringen. Daarom concentreerde men zich op het solar plexus om een soort archaïsche vorm van inspiratie te krijgen.

Het hartcentrum is de zetel van de primordiale Eros - het Verlangen te zijn - dat we niet moeten verwarren met erotiek of seksuele verlangens. Dit primordiaal spiritueel verlangen is Mars in zijn oorspronkelijk vorm - de Kama-Deva van de Hindoes. Venus heeft haar zetel in de nek, in de stembanden, bron van het Woord. L'Ajna is verbonden met Mercurius, symbool van wijsheid, synthese en geest.

De Maan vertegenwoordigt de substantie zelf van de integratiestroom die omhoog dringt, vanaf het Saturnus-zaad tot de Mercurius-geest, in 5 rituele stappen. Deze lunaire substantie wordt uit alle cellen van het organisme onttrokken om zich uiteindelijk te concentreren op het 5e niveau, die van het Ajna-centrum (hypofyse).

Wanneer dit omhoog dringen voltooid is, kan eindelijk de geest, via de Sahasrara-chakra, neerdalen. De mystieke vereniging van Shiva en Shakti kan plaatsvinden, een mysterieuze vloeistof (ambrosia) wordt bevrijdt, geeft een nieuwe energie aan het lichaam en voedt de ontwikkeling van dit hogere systeem van integratie op het cerebro-spinaal niveau.

Deze integratie vindt plaats door het ego te bevrijden uit de slavernij van zijn specifiek afgeschermde, begrensde, stugge en onderdrukkende vorm van zijn. Het bevrijdt hem van ijdelheid en angst (uit onzekerheid geboren), van zijn spirituele eenzaamheid of van zijn schuldgevoel.

We kunnen verschillende stappen onderscheiden in dit integratie-proces. Ze corresponderen met de zenuwcentra langs de ruggengraat. Het schijnt dat deze zenuwcentra van meer belang zijn voor de moderne mens dan de chakra's op het niveau van het sympathische systeem waarover het oude Hindoe-yoga systeem spreekt. Bovendien, wat vooral van belang is in deze tijden, is niet eenvoudigweg het omhoog dringen van de Kundalini-energie, maar eerder een omlaag dalen van de Geest tegelijkertijd met een opstijgen van het ego.

Andere centra

Behalve het heiligbeenplexus dat verbonden is met Saturnus, is er een ander Heilig Plexus dat zich bevindt naast de verdikking van de heupzenuw en die verbonden is met Jupiter. Er is nog een belangrijk centrum, het centrum Roze-Kruis dat zich bevindt op het kruispunt van de lijnen gevormd door de gestrekte armen en de wervelkolom. Het is mogelijk dat de plexus van de hals en de 'medulla oblongata' (dat zich bevindt ter hoogte van het kuiltje in het onderste deel van de nek) met andere centra corresponderen; dat de hersenschors met haar talloze kronkelingen de 'geestelijke gesteldheid' symboliseert, volledig open voor het universum, (Mercurius) en voor het Zelf, wanneer helemaal ontwikkeld. In het hoofd zijn er 4 mineure centra te vinden. Twee bevinden zich vlak achter de ogen en twee vóór de oren op het niveau van de kaakgewrichten. Een vijfde, de Alta-major, controleert het ruggenmerg en is verbonden met de halsslagader. Dit centrum is de synthese van de 4 mineure hoofdcentra en beheerst het omhoog komen van de Kundalini via drie wegen: Ida, Pingala en Sushuma.

De cranio-osteopathie heeft zeker effect op de circulatie van de vloeistof van het hersenruggenmergstelsel (cerebro-spinaal) en misschien zelfs, zonder het te weten, op de hoofdcentra. Aangezien de schedel de 'distributie-dienstregeling' bevat van de energieën van het zenuwstelsel én via de hypofyse de activiteiten controleert van alle hormonale klieren, zou het kunnen dat de cranio-osteopathie ons kan helpen een aantal verouderde ideeën over de fysiologie van het hoofd te boven te komen. In iedere geval, als gevolg van de nieuwe kennis van de 'fysiologie' van de huidige evolutie van de Mens, in het Westen vooral, wordt het belangrijk de betekenis en het effect van deze concentratie van belangrijke spirituele vermogens in de schedel, te proberen te begrijpen. Misschien moet men speciaal aandacht geven aan dat wat zich in de zogenaamde lege ruimtes van de schedel afspeelt, alsmede op de kruispunten van de piramidale bundels.

Het etherisch lichaam

Tot slot zou ik graag met u een aantal beginselen over de circulatie van prana willen delen. De occultist spreekt van een 'etherisch lichaam' en dat kan tot een zekere verwarring leiden. In feite bestaat er een web (van circulatie) van energie dat een vorm van krachtenveld creëert. Deze bevindt zich niet buiten het fysiek lichaam, maar loopt er dwars doorheen, zoals water door een spons. Dit web maakt dat de fysieke mens, met zijn hersenen, enerzijds in contact is met de psychologische delen van zijn totale wezen, maar anderzijds ook met andere krachtenvelden, op het niveau van de intermenselijke contacten: bijvoorbeeld, de planeet Aarde, het zonnestelsel en zelfs de melkweg. Dit web is er om de prana-energie, uit de zon afkomstig, te kunnen ontvangen, te verwerken en door te geven. Tegenwoordig bevindt het centrum dat de voornaamste ontvanger is van deze energie zich tussen de schouderbladen. Er is er ook één onder de zonnevlecht en tenslotte is er het miltcentrum dat de belangrijkste verwerker is van prana-energie. Alle drie de centra vormen een driehoek van energie. Zonne-prana komt deze driehoek binnen en circuleert drie maal voordat het uitgezonden wordt naar alle delen van het etherische web en, van daaruit naar het fysieke lichaam. Daarom moet men begrijpen dat de fysieke en etherische lichamen doordrenkt worden door deze drie stromen die uiteindelijk het etherische systeem verlaten door middel van oppervlaktestraling. Deze straling bevat de specifieke kwaliteit die de persoon hem toekent gedurende zijn transitaire beweging. Hoe meer het lichaam zuiver en verfijnd is, hoe beter het prana en hoe zwakker de weerstand wordt tegen het omhoog komen van het kundalini wanneer de tijd er rijp voor is.

Problemen van etherische aard - een gebrek aan vitaliteit, een slechte algemene gezondheid - kunnen hun oorzaken hebben in een onvermogen de pranische stromen te ontvangen vanwege slechte levensomstandigheden. Een gebrek aan Zon en aan zuivere lucht leidt tot een atrofie of een vernauwing van de ontvangstcentra. Deze problemen kunnen ook voorkomen wanneer er een te groot open-zijn is aan de pranische stromen. Dit kan leiden tot een te directe of te lange stimulatie van de zonnestralingen: de centra vibreren te snel, er is een overontwikkeling omdat de persoon te veel en te snel prana doorgeeft. Ze leidt dan ook tot intertie en devitalisatie omdat ze te weinig assimileert.

Wanneer er een congestie van prana ontstaat ergens in het 'net' verdikt het etherische web dat het lichaam scheidt van het 'astraal lichaam'. Dit veroorzaakt op het fysieke niveau een abnormale ontwikkeling van vlees: men wordt dikker óf er ontstaat een verdikking van het een of ander interne orgaan.

Bij iedere ziekte moet men in eerste instantie denken aan de etherische centra: ze geven de levensenergie door aan de betrokken gebieden én aan de krachtdriehoeken die deze centra met andere vormen. Er bestaat een uiterlijke en een innerlijke oorzaak voor iedere innerlijke 'verstopping' van energie; de uiterlijke oorzaak is niet persé een gevolg van de innerlijke oorzaak. Het is niet juist te geloven dat al onze kwalen een puur psychologische of subjectieve oorzaak zouden hebben.

Er is bijvoorbeld een diepe esoterische relatie tussen de geestelijke gesteldheid (het denken) en de longen. Ademhalingsproblemen staan in relatie tot het ontwaken van het hartcentrum. Deze kleurt de kwaliteit en het ritme van onze verhoudingen met anderen en onze omgeving. De ademhaling en het feit dat we lucht delen met alle wezens definieert tegelijkertijd ons eigen bestaan als individu en onze deelname aan het leven van alle mensen. Op het niveau van de ademhaling is het probleem er niet één van circulatie van de levensenergieën maar een probleem van de circulatie van de spirituele energie die we Liefde noemen. Daarom is genezing van de ziekte van de ademhaling óf van de keel afhankelijk van de ontwikkeling van het vermogen lief te hebben, het tonen van goede wil en van spirituele motivatie. Vanuit een subjectief standpunt is het hartcentrum betrokken maar vanuit het standpunt van circulatie van energieën heeft het keelcentrum behandeling nodig.

In de tweede plaats moet men behandelen op het niveau van de krachtendriehoek gemaakt door de 3 mineure centra verbonden met het keelcentrum. Ze bevinden zich naast de schildklier (fysiek overeenkomend met het keelcentrum) - de één op het punt waar het sleutelbeen het borstbeen ontmoet, en de twee andere boven de borsten.

Men moet begrijpen dat dit onderwerp zeer veelomvattend is. Achter de circulatie van energieën ligt een ware wetenschap; er zijn verbindingen tussen de verschillende centra die de verdeling van de energie in het netwerk controleren. Het bestaan van deze krachtdriehoeken en hun overeenkomsten met bepaalde psychologische en spirituele kwaliteiten is belangrijk. De gemiddelde genezer is een intuïtieveling die tegenwoordig langzaam maar zeker vervangen moet worden door mannen en vrouwen die deze verschillende energieën kennen en deze kunnen begeleiden en bewust leiden, afhankelijk van de behoefte van hun patiënten.

 

Toulouse, mars 1984

bron: Idées Semences, Revue d'Activité Humaniste (RAH), spécial Alexander Ruperti, no 11 (1998)
traduction - Beatrice Boucher (2002/2026)