home      béatrice boucher      consulten      cursussen      lezingen & workshops      artikelen      links

Hesiose and his muse by Gustave Moreau

DE GRIEKSE GODEN

Béatrice Boucher
©


OURANOS

KRONOS

ZEUS

POSEIDON

HADES

DE ONDERWERELD

 

 

'Aan het begin aller dingen was de grenzeloze wereldruimte, die de dichters der Oudheid de Chaos noemden. Deze was zonder maat, zonder aanvang en zonder einden; als een gapende leegte strekte hij zich uit in het onmetelijke. In oorsprong was hij tot in de diepte vol van een duistere neve. Toch bevatte de Chaos reeds de grondbestanddelen van al wat bestaat: aarde, water, lucht en vuur.'




Hesiodus en Homerus waren de eerste dichters (Ī 800v.C.) die de Griekse godenverhalen vorm hebben gegeven. Hesiodus beschreef in zijn Theogenie het ontstaan van de wereld en de oorsprong van de goden, Homerus bezong het leven van de goden en hun verschijnen onder de mensen. In deze mythen weerspiegelen zich oerpatronen van de menselijke ervaring. Ze vertellen ons over het ontstaan van de wereld en over de strijd tussen de goden, maar ook over de strijd tussen hemel, aarde en onderwereld. Het toneel van deze strijden is de aarde, Gaia. De theogenie of godenleer van Hesiodus begint met het scheppingsverhaal volgens de Grieken.




OURANOS
De Bovenwereld
Uranus


In het begin was er slechts de chaos, vormeloos, zwart en eindeloos. Uit Chaos werden enerzijds Gaia en Eros - de liefde - gevormd, anderzijds Erebos - het donker - en Nyx - de nacht - geboren. Uit de Chaos kwam ook de Tartarus voort, het onderste en oudste deel van de onderwereld. Toen schiep Gaia Ouranos - de wijde hemel met sterren bezaaid. Gaia en Ouranos waren de eerste goden, uit wie alle anderen voortkwam.


Uit de verbintenis van hemel en aarde werden de 12 Titanen geboren: zes mannelijke en zes vrouwelijke reuzen waaronder Kronos (Saturnus), die de jongste was. Gaia baarde ook drie cyclopen die Zeus' bliksem smeedden: Brontes, de donderaar; Steropes, de bliksemende en Arges, de schitterende; en de drie hekatoncheiren (of honderdarmigen): Cottus, Briareus en Gyas. Uranus schrok van de woesterlingen die hij ter wereld had gebracht; hij haatte ze en sloot ze op in het duister van de Tartaros.




KRONOS
Saturnus


Gaia kreeg genoeg van de buien van Ouranos en zette de Titanen tegen hun vader op. Onder leiding van Kronos (Saturnus) verrasten ze Ouranos in een omhelzing met Gaia. Met een zeis, die door zijn moeder gemaakt was, castreerde Kronos zijn vader en gooide zijn geslachtsdelen in de zee. Er wordt gezegd dat Venus geboren is uit het door het bloed van de verminkte Ouranos bevruchte schuim van de zee. Helaas werden toen ook de Erinyen (wraakgodinnen) en 24 giganten (reuzen met afschrikwekkende gezichten, lange haren en baarden, en geschubde drakestaarten in plaats van voeten; kortom monsters) geboren.


Het was dus Kronos die de scheiding tussen hemel (Ouranos) en aarde (Gaia) bracht. Zodra hij als leider werd gekozen, trouwde hij met Rhea. Omdat Ouranos voorspeld had dat ook hij op een dag zou worden verdreven door een zoon, leefde hij in angst en verslond ook hij alle kinderen die hij met zijn gemalin Rhea kreeg.


Rhea (dochter van Ouranos en Gaia) zag dit met lede ogen aan. Ook zij kreeg er genoeg van en nadat ze Zeus (Jupiter) gebaard had, verborg zij hem in een grot op Kreta, en gaf Kronos in plaats van de baby een in een doek gerolde steen.



ZEUS
Jupiter


Zeus groeide op in een grot en werd gevoed met de melk van een geit-nymphe: Almatheia. Toen Zeus volwassen werd, vervulde de profetie zich: hij gaf een drank aan Kronos, waarop deze moest overgeven. Daardoor werden alle kinderen bevrijd, waaronder Hades, Demeter en Poseidon. En Zeus werd als leider gekozen.


De oorlog tegen Kronos en de Titanen duurde tien jaar en werd pas gewonnen toen hun moeder hen de raad gaf degenen die Kronos in de Tartaros had opgesloten, te bevrijden. De drie cyclopen gaven iedere broer een wapen. Zo kreeg Zeus de bliksem, Hades een helm die hem onzichtbaar maakte en Poseidon een drietand. De onzichtbare Hades stal de wapens van Kronos, Poseidon bedreigde hem met zijn drietand en leidde zijn aandacht af terwijl Zeus hem neersloeg met de bliksem. De drie reuzen gooiden stenen naar de Titanen en deze vluchtten samen met Kronos weg.


Zeus moest ook Typhon, een monster dat door zijn moeder uit wraak was gebaard, verslaan. Met behulp van zijn bliksem slingerde hij hem in de Tartaros. De Giganten kon hij verslaan dankzij de hulp van Hercules (de mensenheld) en diens pijlen. Pas toen kon Zeus een nieuwe wereldorde stichten.


Door loting werd de wereld tussen Jupiter, Neptunus, Hades en de overige goden in vier rijken verdeeld. Het lot bepaalde dat Jupiter de heerschappij over de hemel en de luchten kreeg, Neptunus over de zeeŽn en de wateren, en Hades over de onderwereld en de Tartaros. De rest van Moeder Aarde (Gaia), met inbegrip van de berg Olympus, bleef het gemeenschappelijke bezit van de overige goden.


Zeus nam onder de Griekse goden de hoogste plaats in: hij was de oppergod. Zijn attribuut was de bliksem; een geducht en machtig wapen. Hij bepaalde ook, dat Saturnus en de Titanen door Hades in de afgrond van de Tartaros gevangen gehouden moesten worden.

Jupiter heeft in de loop der tijd verschillende karakters gekregen. Hij was de god van het weer, de wolken, de regen en de donder. Hij leidde de wereldregering, wakend over de politieke en maatschappelijke orde bij de mensen. Hij was de beschermer van het recht en de trouw. Hij was de beschermheer van de zwakkeren, de vreemdelingen en de zoekenden. Zeus was de god van de profetieŽn en op hem gaan alle openbaringen terug. Uit het ruisen van heilige eiken (de boom van Zeus/Jupiter) voorspelden zijn priesters de toekomst aan mensen. Apollo was op Delphi zijn profeet. Zeus wist alles, zag alles. Hij was wijs en zijn wil was afgestemd op de wet van het lot. Hij verspreidde het goede en het kwade maar was vooral vol compassie.


In Olympia stond een beroemde tempel van Zeus; daar werden ieder 4 jaar de Olympische Spelen gehouden.


De met Zeus overeenkomende Romeinse god is Jupiter. Zijn belangrijkste tempel stond in Rome op het Capitool, waar zegevierende veldheren hun overwinning vierden.


Hoewel Zeus de beschermer was van de zedelijke orde, nam hij het zelf niet zo nauw met zijn huwelijk. Zijn eerste vrouw was Metis (wijsheid), maar Uranus en Gaia waarschuwden hem dat als hij kinderen kreeg van haar, zij machtiger zouden worden dan hijzelf. Omdat Metis zwanger was, at hij haar op met het ongeboren kind. Het voordeel is dat hij daardoor zelf de wijsheid kreeg: Athena werd uit zijn schedel geboren. De lijst van aardse vrouwen en godinnen met wie hij een relatie en kinderen heeft gehad, is onnoemelijk groot.


Zeus trouwde daarna met Themis, de wet, die alles regelt op fysiek en moraal gebied. Hun kinderen waren: de Horae (de seizoenen), Eunomia (de wijze wet), Dike (rechtvaardigheid), Eirene (vrede) en de Moira (het lot).Themis is altijd Zeus blijven adviseren, ook toen hij later met Hera trouwde. Met Mnemosyne kreeg hij de negen muzen (geschiedenis, muziek, komedie, tragedie, dans, dichtkunst, mime, astronomie, spraakkunst). Hij werd ook verliefd op Demeter, maar zij wilde hem niet. Hij maakte gebruik van een list om haar te veroveren en vermomde zich als stier. Uit deze vereniging werd Kore geboren, oftewel Persephone. Van Eurynome kreeg hij drie dochters: de drie gratiŽn. Uiteindelijk trouwde hij met zijn zuster Hera, met wie hij, overigens niet altijd, in vrede leefde, met name omdat hij haar niet erg trouw was.


Hera was de hoogste hemelgodin; zij was de beschermster van het huwelijk en van de vrouwen. In de Griekse kunst werd Zeus meestal voorgesteld als een rijpe man met een robuust lichaam, een breed voorhoofd, diepliggende ogen en lang krullend haar. In zijn handen droeg hij een scepter en de bliksem, en aan zijn voeten stond een adelaar. Vaak werd hij afgebeeld met een kroon van eikenbladeren. De eik is overigens in vele mythen en sprookjes het symbool van wijsheid.


Hoewel Zeus vele strijden moest leveren, valt het op dat hij altijd hulp krijgt van goden en mensen. Zelfs zijn jeugdjaren waren vredig en vruchtbaar. Ter ere van de nimf die hem verzorgd heeft, maakte hij het sterrenbeeld Steenbok aan de hemel. Het is opmerkelijk dat hij door een nimfgeit werd gevoed. - zie hier de Steenbok en zijn heerser Saturnus - en ook de berg (de plek waar de steenbok leeft) Olympus waar hij zetelt. De orakelsteen van de tempel van Delphi (ken uzelf) was afkomstig uit de buik van Kronos; de steen die Rhea gaf in plaats van Zeus. Uit het ruisen van eiken (de boom van Hera) werd de toekomst voorspeld. Ook gebruikte hij ťťn van de horens van de nimf als hoorn des overvloeds. Zeus-Jupiter en Kronos-Saturnus blijken hierdoor een diepere band met elkaar te hebben dan we in eerste instantie zien.




POSEIDON
God van de Wateren
Neptunus


Poseidon had een stug karakter: het was een ruziezoeker. Hoewel hij gelijk was aan Zeus, kreeg hij veel minder macht toebedeeld. Hij trok zich terug in de diepte van de zeeŽn en bouwde daar zijn paleis. Over hem is eigenlijk weinig bekend. Hij was zeer machtig en hoewel hij de god van de zeeŽn was, probeerde hij toch steeds land te bemachtigen. Als personificatie van het waterelement, werd Poseidon altijd beschouwd als de god van de vruchtbaarheid en de plantengroei.


Met zijn reusachtige drietand woelde hij de golven van de zee om en veroorzaakte stormen en noodweer, terwijl hij met zijn gouden wagen over de zee reed. Wanneer hij kwaad was, veroorzaakte hij stormen en overstromingen, of liet de rivieren uitdrogen. Hij was ook in staat de aarde te laten beven. Hij stuurde de mensen ook gunstige winden en schonk de zeelieden een behouden vaart. In zijn immense stallen hield hij witte paarden met gouden manen om zijn gouden kar te trekken. Neptunus gold als de temmer van het renpaard en werd als ridderlijke god vereerd. Hij trouwde Amphitrite die hem drie kinderen schonk, maar was net zo ontrouw als zijn broer, Zeus. Vaak moest hij zich vermommen om de vrouwen te krijgen die hij wilde, wat meestal gebeurde in de gedaante van een paard.


Poseidon wilde graag land bezitten en is vaak ten strijde getrokken tegen godinnen zoals Athena en Hera om hun land te bemachtigen, maar het is hem nooit gelukt. Ook verkondigde hij vaak de uitvinder te zijn van dingen die hij nooit uitgevonden had, bijvoorbeeld dat hij de schepper was van het paard. In ieder geval was hij het die paardenrennen organiseerde.



HADES
God van de Onderwereld
Pluto


Zijn Griekse naam is Hades, "het ongeziene". Hij was de god van het mysterie en van de terreur. In Rome werd hij Pluto genoemd, wat "rijkdom" betekent. Pluto ontving begraven schatten en werd beschouwd als de god van de landbouw. Hij leefde onder de aarde en wanneer hij in de bovenwereld kwam, droeg hij een helm die hem onzichtbaar maakte. Vanaf het centrum van de aarde oefende hij zijn invloed uit. Jupiter was de enige die zeggenschap over Hades kon hebben, maar op eigen gebied was Hades de baas.


Wie eenmaal de weg naar de onderwereld had afgelegd, kwam er zonder zijn bemiddeling niet meer uit. Dan stond zelfs Jupiter machteloos. Samen met de maagd Persephone heerste hij over de onderwereld. Zijn hulpjes waren: Thanatos (de dood) en Hypnos (de slaap), de Keres, die de wil van de Moira (het lot) uitvoeren en de Erinnyes (de jachthonden van Hades).


Persephone
is de dochter van Demeter, de aardegodin. De priesteressen van Demeter, de godin van de tarwe, initieerden de netgetrouwde paren in de geheimen van het bed. Demeter zelf had geen echtgenoot. Zij heerste over de oogst en de landbouw, maar verloor haar vreugde de dag waarop Persephone door Hades ontvoerd werd.


Hades werd verliefd op Persephone en vroeg Zeus om toestemming haar te huwen. Bang de boosheid van Demeter over zich heen te krijgen en ruzie te krijgen met zijn broer, gaf Zeus een diplomatisch antwoord. Hij zei dat hij instemmen noch weigeren kon. Hades ontvoerde dus Persephone terwijl zij narcissen aan het plukken was in de weilanden.


Demeter zocht overal naar haar dochter en toen ze hoorde dat zij in de onderwereld opgesloten zat, verbood Demeter de bomen vruchten te dragen en het gras te groeien: de mensheid werd door vernietiging bedreigd. Ze wilde Zeus onder druk te zetten. Zeus had geen keuze en stuurde zijn boodschapper, Hermes, naar Hades. Na zeer moeilijke onderhandelingen werd een akkoord bereikt. Persephone had in de onderwereld namelijk zeven pitjes van een granaatappel gegeten en mocht daarom niet het rijk van Hades verlaten. De granaatappel stond symbool voor het huwelijk. Er werd afgesproken dat zij drie maanden koningin van de Hades mocht zijn onder de naam Persephone, en de resterende negen maanden onder de naam Kore samen met Demeter boven op aarde mocht toeven. Wanneer zij met haar was, liet Demeter de bloemen en de planten groeien. Daarom wordt Kore ook lentegodin genoemd. De godin Hecate (de Maan) moest over deze overeenkomst waken.

 

DE ONDERWERELD


De onderwereld is de plek waar de mensen naar toe gaan wanneer ze dood zijn en waar ze in hun geestestoestand vertoeven. De onderwereld is in tweeŽn verdeeld: de Tartarus (boetedoening) en de Elyseevelden (gelukzaligheid). Wanneer Hades naar de Elyseevelden gaat, draagt hij zijn helm en is onzichtbaar.


De in de Tartarus gevangen figuren zijn mannen en vrouwen die zich buiten het lot hebben begeven. Sisyphus bijvoorbeeld moest eeuwig zijn rotsblok tegen de heuvel omhoog rollen en eeuwig toezien dat dit weer naar beneden rolde: hij had namelijk de goddelijke geheimen van Zeus verraden. Ixion draait eeuwig op zijn wiel van vuur rond: hij heeft geprobeerd Hera, de koningin der goden, te verkrachten.


In het rijk van Hades is alles onherroepbaar. De Tartarus beschrijft in mythische termen menselijke verdorvenheid, hebzucht en pathologie. Hades regeert datgene wat niet kan of niet wil veranderen. Daar waar Hades is, helpt onze wilskracht niet meer: wij moeten buigen. De hond Cerberus zorgt ervoor dat niemand kan ontvluchten. De onderwereld is gescheiden van de aarde door de rivier der vergetelheid: de Styx, 'de gehate', bevat dodelijk giftig water.


Ovidius beschrijft de onderwereld als volgt:


"Er is een weg die steil naar beneden loopt en in doodse stilte naar de onderwereld leidt. Daar stroomt de trage rivier De Styx en de zielen van de overledenen gaan hierlangs naar beneden. De zielen van slechte mensen gaan naar de Tartaros, de zielen van goede mensen naar het Elysion.

In de Tartaros hangt overal grauwheid. De pas gearriveerde schimmen weten niet waar de weg langs gaat, of waar het paleis van Hades zich bevindt. Zoals de zee alle rivieren opneemt, zo neemt deze plaats alle schimmen op. Men merkt niet eens, wanneer er weer een menigte bijkomt. De schimmen dolen zonder lichaam rond.

Aan de ingang van de onderwereld zit Cerberus, de machtige waakhond. Zijn taak is het om de levenden dreigend op een afstand te houden, en de doden te beletten te ontsnappen. Hij is geboren uit de vereniging van de monsters Typhon-Seth en Echidra. Hij heeft drie koppen en zijn staart is een slang. Ook op zijn rug wemelt het van de slangenkoppen. Hij is de dood in de gedaante van de hond met de vurige ogen, die de lijken verblindt; een feilloze en strenge (orde-) bewaker.

Na Cerberus moet de gestorvene de veerman Charon passeren, een oude baas die in de onderwereld niets te vertellen heeft. Zijn enige opdracht is om de doden over de rivier de Acheron te brengen (de rivier van droefheid). Hij is altijd nijdig en ontevreden. Dit reageert hij af op de weerloze en angstige doden, die hij ook zeer onaangenaam bejegent.

De doden moeten hem een obol, een munt geven die als veergeld dient. Zonder geld moeten ze honderd jaar aan de oever blijven wachten. Is de veerman betaald, dan stompt hij je al schreeuwend de boot in en moet je meeroeien om de halflekke boot over de kolkende rivier naar de overkant te krijgen.

Daar aangekomen mag men drinken uit de bron van Lethe, die vergetelheid schenkt (lethargis). En dan begint het troosteloze bestaan in het land der doden."

 


© Béatrice Boucher, Diplom. FAStrolS
cursus voor gevorderden 1999


naar boven