home      béatrice boucher      consulten      cursussen      lezingen & workshops      artikelen      links

Tijd en Kalenders

© Beatrice Boucher, DFAstrolS

 

Elke kalender is gebaseerd op astronomische observaties. Een maand is b.v. de duur van een maancyclus (bij benadering weliswaar) oftewel de tijd die wordt gemeten tussen 2 nieuwe manen. Een jaar is gebaseerd op een tropisch jaar, oftewel de tussenliggende tijd die wordt gemeten vanaf het moment dat de zon het lentepunt (equinox) passeert en het volgende moment dat dit weer gebeurt. Een kalender kan dus verschillende kenmerken hebben al naar gelang welk astronomisch fenomeen wordt geobserveerd.


Onze tegenwoordige kalender, de Gregoriaanse, is een solaire kalender. Net zoals de Juliaanse of de Koptische, want ze volgen allen de cyclus van de zon. Dit in tegenstelling tot b.v. de islamitische of joodse kalender die lunair is. Zij volgen dus de cycli van de maan.


Waarschijnlijk is een van de eerste kalenders een gekerfd bot van 13.000 jaar oud. In die periode zal het begrip van tijd niet veel meer zijn geweest dan de ritmische bewegingen van de natuur, zoals de seizoenen en de grillige bewegingen van de maan aan de hemel.


Tweeduizend jaar v. Chr. hadden de Sumeriërs en de Egyptenaren echter al een wetmatig systeem ontwikkeld. Zij verdeelden een solair jaar in 360 dagen en dit weer in eenheden van 6 x 60. Niemand weet precies waarom ze deze eenheden hadden gebruikt, maar men mag aannemen dat dit om religieuze redenen was.


In de loop van de daaropvolgende eeuwen zullen ook andere volkeren manieren bedenken om de tijd vast te leggen voor hun eigen religieuze feesten. Maar het meten van de tijd was geen eenvoudige zaak. Men heeft immers een vast punt nodig, een constante factor, en in een bewegend heelal bestaat zo'n punt niet.


Inmiddels weten we dat iedere kalender, ook de onze, altijd bijstellingen nodig heeft. Toch heeft men wel altijd naar deze vaste punten gezocht en dit zorgde uiteraard voor grote problemen om daaruit een werkbare kalender te maken. Specialisten die zich daarmee bezighielden, zoals priesters, wiskundigen en astronomen stonden hoog in aanzien en werden machtige figuren. Uiteraard mochten ze daarbij geen fouten maken want hun taak was van levensbelang voor stad of volk.


Zij zorgden met hun kalender voor een geordend bestaan en waren medeverantwoordelijk voor de bestendiging van de macht van de heerser en gunstige oogsten voor het land. Zo bestuurdeerde men in de kosmos de cyclische aard van de tijd. De orde, de moraal en de wetten van een stad weerspiegelden de orde van diezelfde kosmos.

 

De Egyptische kalender

De Egyptenaren waren de eersten die de zon als maatstaf gebruikten voor het vaststellen van hun kalender. Herodotus schreef dat de Egyptenaren ‘de eersten waren geweest die ontdekten dat het jaar 360 dagen telde waaraan ze 5 extra dagen toevoegden. Ze hadden dit van de sterren geleerd'. De vijf extra dagen waren volgens hen door Thoth (de Egyptische boodschapper van de Goden) geschonken en werden de verjaardagen van Osiris, Isis, Horus, Nephtys en Set.


Later zouden de Egyptenaren waarnemen dat het rijzen van Sirius steeds 4 dagen verschoof, en dat het jaar daarom 365 en 1/4 telde. Ze namen de conjunctie van de Zon met Sirius om de lengte van het jaar te meten. Ze verdeelden het jaar in 12 maanden die ieder onder de heerschappij van een bepaalde god viel. De maand werd in 30 dagen, of 3 decades verdeeld. De dag werd in 24 uren van ongelijke lengtes verdeeld, afhankelijk van de beweging van de Zon.

 

De Babylonische (Chaldeese) kalender

De Babyloniërs verfijnde het Sumerische systeem en verdeelden de dagen in 24 uren. Astronomen noteerden de bewegingen van de sterren en verdeelden de zodiak in 12 gelijke delen. Zij zijn ook degenen die de minuten en uren bedacht hebben. Ze verdeelden de maanden in 4 weken van 7 dagen. Iedere dag werd gewijd aan een planeet, namen die we nog steeds kennen. Zo is maandag de dag van de maan, dinsdag de dag van mars, woensdag de dag van mercurius, etc.


Desalniettemin liet deze kalender, net als alle andere kalenders, ook verschuivingen zien t.o.v. de seizoenen in de loop van de tijd. Om dit euvel op te lossen introduceerden de Chaldeeërs extra maanden om de 6 jaar én nog een andere wanneer het nodig was.

 

De Griekse kalender

In het oude Griekenland waren verschillende kalenders bekend. De bekendste is de Atheense kalender. Deze kalender bestond niet uit weken maar uit drie decades (10 dagen), maar er was ook een maand dat 29 dagen telde, dan bestond de eerste decade uit 9 dagen. Het jaar telde 12 maanden (354 dagen en 8 uren). Ook voor deze kalender werden er regelmatig ingewikkelde correcties aangebracht. Toen de Grieken door de Romeinen werden bezet, namen ze de Romeinse kalender over.

 

De Keltische kalender

Lang voor de romeinse veroveringen bestond al een Keltische kalender. De dagen begonnen met zonsondergang. En zo werd de tijd in nachten geteld. Een Keltische eeuw duurde 30 jaar en zijn eerste dag begon de 6de dag van de maan. Er bestaat één exemplaar van deze Keltische kalender, maar deze schijnt zijn geheimen nog niet echt prijsgegeven te hebben. Het zou het enige overblijfsel zijn van de druïdistische liturgie.

 

De oude Romeinse kalender

Deze werd samengesteld door de 2de koning van Rome, Numa Pompilius. Het jaar bestond toen uit 10 maanden van 29 en 30 dagen, om en om. De dagen werden verdeeld volgens een zeer aparte methode die bestond uit de terugtelling van de dagen vanaf drie kernmomenten: de ‘calendes' (die we tegenwoordig de eerste dag van de romeinse kalender noemen), dan de ‘ides' in het midden, en de ‘nones' die op de 9de dag vielen vóór de ides. De eerste dag van de maand viel samen met de verschijning van de eerste sikkel na nieuwe Maan. Veel van de namen die zij aan de maanden gaven worden nog steeds gebruikt.

 

De Juliaanse kalender

Julius Caesar heeft op advies van een Egyptische astronoom (Sosigenes) en misschien ook onder invloed van Cleopatra, de oude ingewikkelde Romeinse kalender hervormd. Het jaar begon iets na de Wintersolstitium en bestond uit 365 dagen waaraan iedere vier jaar een extra dag werd toegevoegd (het schrikkeljaar). Dit gedaan hebbende noemde Julius Caesar vervolgens de 7de maand naar zichzelf ‘Julius' en gaf deze maand een extra dag (31 dus). Keizer Augustus noemde de 8ste maand naar zichzelf ‘Augustus' en ook die maand kreeg een dag extra. Daarom kreeg de maand februari een dag minder.


Keizer Constantijn hervormde weer deze kalender (321 n.Chr.). Hij introduceerde de week van 7 dagen met de zondag als heilige dag. Maar vooral legde hij ook Kerstmis en Pasen vast. Sindsdien werd de kalender door de Christelijke Kerk bepaald. Het feit dat iedere dag de naam kreeg van een planeet hielp bij het succes en de acceptatie van deze nieuwe kalender onder het Romeinse volk. De verdeling van de dag in 24 uur werd overgenomen van de Mesopotamiërs. En ook kreeg ieder uur een planeet toegewezen (planeet-uur in de traditionele astrologie).


Op het Concilie van Nicea in 325 n.Chr. werden een aantal afspraken gemaakt waaronder de methode waarop de datum van Pasen berekend moest worden. De lente-equinox moest daarbij als vast punt worden beschouwd.

 

De Gregoriaanse kalender

Maar aan het einde van de Middeleeuwen gaf de Juliaanse kalender al een verschil aan van zo'n 12 dagen met de seizoenen. In 1582 besloot Paus Gregorius de kalender te hervormen. Dat deed hij door gewoon 10 dagen weg te laten. Deze hervorming werd natuurlijk niet overal in Europa overgenomen. Met name de protestantse landen weigerden deze katholieke kalender te gebruiken. Daarom waren er 2 kalenders in omloop: Oude Stijl (OS) en de Gregoriaanse kalender Nieuwe Stijl (NS). Overigens is dit nog steeds zo: de orthodoxe kerken gebruiken de OS kalender.


China is het laatste land dat deze Gregoriaanse kalender als officiële kalender adopteerde. Dat was op 10 oktober 1949!


Hoewel de Gregoriaanse kalender nu de officiële kalender is, worden andere kalenders nog steeds gebruikt, met name voor religieuze zaken. De meest bekende zijn de islamitische en de joodse kalender die zoals gezegd maankalenders zijn.

 

De Islamitische kalender

Deze is ontstaan in 622 n.Chr.. Het startpunt valt samen met het vertrek van de profeet Mohammed uit Mekka naar Medina. Het moslimjaar bestaat uit 12 maanden en is verdeeld in weken. De maancyclus beslaat 30 jaar en bestaat uit 19 jaar van 354 dagen en 11 jaar van 355 dagen. Van het ene jaar naar het andere verschuift het begin van het jaar tussen de 10 à 12 dagen in relatie tot de seizoenen. De Moslims laten hun maanden starten met de verschijning van de eerste sikkel. Daarom beginnen hun dagen en hun feesten met de avond.
meer info

 

De Israëlische kalender

Het Hebreeuwse volk gebruikte al een kalender voordat het naar Egypte vertrok en kende de zodiak. Het tellen van de jaren begon met de mythische datum die de creatie van de wereld voorstelt; volgens de Bijbelse genealogie: de 1ste Tisri van het jaar 1. Omgerekend naar onze kalender: 7 oktober 3760 v.Chr.. De week telde 7 dagen en begon op vrijdagavond met de Sabbat, een rustdag.


Omdat er geen twee achtereenvolgende feestdagen mochten zijn, was het nodig bepaalde wijzigingen aan de kalender te brengen. Deze maakten op den duur de chronologie en de planning niet eenvoudig. In de 4de eeuw werd de metonische cyclus gekozen voor het vaststellen van de kalender. De metonische cyclus telt 19 jaren en 253 manen, een maand duurt 29 a 30 dagen. Het jaar duurt gemiddeld 365 dagen. Deze kalender wordt gebruikt in Israël en door alle Joden in de hele wereld als religieuze kalender. De huidige cyclus begon met de eerste Tisri van het jaar 5739.
meer uitleg

 

Andere bijzondere kalenders

 

De Maya kalender

De Maya's en de Azteken bezaten een diepgaande kennis van de astronomie. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de ‘Venus-kalender'. De Venus-kalender telde 584 dagen. Na die periode staat Venus weer op dezelfde plaats ten opzichte van de Zon. Maar dat gebeurt steeds in een ander seizoen gezien het aardse jaar 365 dagen telt. De Maya's ontdekten dat 5 (synodische) omlopen van Venus gelijk waren aan 8 aardse jaren: 5 x 584 = 8 x 365 = 2920 dagen.


De Maya's bleken veel waarde te hechten aan zulke ineengrijpende getallenreeksen. Hun kalenders zijn ingewikkeld en bestaan uit drie verschillende cycli (3 kalenders). Twee daarvan zijn zodanig met elkaar verweven dat zij iedere 52 jaar weer samenvallen. De derde kalender wordt vooral gebruikt om een langere tijdsperiode aan te geven. Een grote cyclus beslaat 5130 jaar. Volgens hun kalender begint de huidige grote cyclus in het jaar 3114 v.Chr.. en zal eindigen op 21 december 2012.


Ze geloofden dat het universum en onze zonnestelsel om Alcyone, de centrale zon van de Pleïaden, heen draait in 26 000 jaar. Het is onbekend hoe ze aan hun berekeningen kwamen.
veel info + software
meer info in het engels

 

De Chinese kalender

De Chinezen, de Japanners en de Siamezen hebben in eerste instantie een jaar gekend dat gebaseerd was op de 12 Maan-maanden. Net als bij alle andere volkeren (behalve bij de Maya's) werd het na verloop van tijd nodig enige aanpassingen aan de kalender te brengen. Deze zijn vrij complex geweest maar er is een zekere analogie met de metonische methode (zie hierboven). De eerste maand van het jaar is die waarin de Zon in het teken Vissen komt; de dag begint om middernacht en wordt verdeeld in 12 gelijke delen.


Dit systeem bleef lang in gebruik bij het volk, maar de elite kende het zonnejaar van 365¼. Omdat de keizer het volk niet wilde storen, besloot hij deze kalender niet openbaar te maken. Het is pas in 1873 dat Japan de Gregoriaanse kalender invoert, gevolgd door China in 1949.
meer info

 

De Hindoe kalender

Deze kalender zit ook vrij ingewikkeld in elkaar. De gewone jaren bestaan uit 12 maan- maanden en tellen 354 of 355 dagen. Iedere drie jaar wordt er een 13de maand aan toegevoegd. Het begin van de maanden wordt bepaald door de Meridiaan van Lanka die zich in de buurt van de evenaar bevindt op 90 graden lengte. Iedere maan-maand bestaat uit een licht en een donker gedeelte. De week telt 7 dagen.


Vrij vroeg hebben de Hindoe leiders een kalender gebruikt gebaseerd op de Zon. Zo kon het siderische jaar berekend worden: 365 dagen en 6 uren. Hun verdeling in tijdperken is voor Westerse begrippen erg geheimzinnig. De wereldcycli worden verdeeld in grote periode van ongelijke lengte:

- het gouden tijdperk: Kritayuga 1 728 000 jaar
- het zilveren tijdperk: Tretayuga 1 296 000 jaar
- het bronzen tijdperk: Dvaparayuga 864 000 jaar
- het ijzeren tijdperk: Kaliyuga 432 000 jaar

Verder wordt ieder jaar in drie periodes verdeeld.
india kalender

 

Tijdmeting in onze tijd

De tijd wordt tegenwoordig niet meer gebaseerd op de bewegingen van de Zon en de Maan maar op de massa van het element Cesium (Cesium is een metaal). Dit element wordt bewaard in building 78 in de US-Naval Observatory in Washington DC.


Onze tijd wordt daarom ook wel ‘atomic-time' genoemd. De Universele Tijd (Greenwich Time of gmt) wordt sinds 1972 gemeten op de pulsaties van Cesium. Zoals we weten straalt en absorbeert een stuk materie een zeker deel van energie uit. Sommige elementen pulseren en Cesium pulseert zeer regelmatig. Daarom is Cesium zeer geschikt om onze tijd te meten.

Maar de aarde tolt en draait en deze oscillaties zijn te regelmatig, daarom moet deze atomische tijd geregeld bijgesteld worden. Bijna ieder jaar wordt er een aantal seconden bij opgeteld.
nog meer hier

 

Kalenders converteren
Gregoriaans, Juliaans, Maya, Persisch, Indiaas, Joods, Bahaji, Islamitisch.

© Béatrice Boucher - '03


naar boven