home      béatrice boucher      consulten      cursussen      lezingen & workshops      artikelen      links


Hoe plat is de horoscoop?  

een geschiedenis van de onderschepte tekens
ofwel van de huizensystemen

© Béatrice Boucher, D.F.Astrol.S.

 

Het volgende stuk is één deel uit lezingen die bij verschillende astrologische organisaties gegeven zijn (waaronder de nvwoa), waarin het probleem van de onderschepte tekens vanuit verschillende kanten benaderd werd. Dit deel hieronder behandelt de geschiedenis van de huizensystemen vanuit de onderscheppingen bezien. Omdat de onderschepte tekens onlosmakelijk verbonden zijn met het huizensysteem dat men gebruikt, zullen we eerst moeten begrijpen hoe we aan al deze verschillende huizensystemen zijn gekomen. We moeten de geschiedenis van de astrologie bestuderen.

 

 

Atlas



Het zou te ver gaan om hier een uiteenzetting te geven van alle huizensystemen, net zo min als het mogelijk is, de huidige kennis van hun ontstaan in al haar subtiliteit weer te geven. Hiervoor verwijs ik naar alle literatuur die inmiddels in overvloed beschikbaar is en deze onderwerpen behandelt, en die ook op internet te vinden is. Dankzij het enorme werk van Project Hindsight (Robert Hand) kunnen we meer inzichten krijgen in de denk- en werkwijzen van de astrologen uit het begin van onze era; in de geschiedenis van de Westerse astrologie en in de technieken die werden gebruikt in de Oudheid en de Middeleeuwen.


In eerste instantie was het enthousiasme groot over de ontdekking van de kennis van de astrologen uit de Oudheid, en het heeft geleid tot een enorme opleving van de traditionele astrologie. Een verlangen terug te willen gaan naar de roots van de astrologie. Langzaam maar zeker komt een zekere ontnuchtering omdat tegelijkertijd juist duidelijker wordt dat het materiaal dat we in ons bezit hebben zeer fragmentarisch is. Bovendien bestaat de moderne astrologie, naast haar voorspellende tak, uit meerdere lagen o.a. dankzij het werk van de humanistische en transpersoonlijke astrologen en dat is op zich een goede zaak. Want, het lijkt me dat hoewel het belangrijk is de geschiedenis van ons vak te kennen, niet alles wat uit vroegere tijden afkomstig is, toegepast kan worden op de mens zoals hij nu is en leeft.

 

DE ASCENDANT, DE HUIZEN EN HET MC

Voor zover we weten, is het begrip 'huis' in de astrologie geïntroduceerd rond 300 à 200 v.C. Deze term had overigens niet dezelfde betekenis als nu.


Rond 300 v.C was de Ascendant in gebruik bij de Grieken en heette hôroscopos van het Griekse hôra, "uur" en skopos "de aangever, de wijzer". In die tijd werd de zodiakale verdeling gebruikt, d.w.z. dat het teken van de Ascendant gelijk was aan het eerste huis, het opvolgend teken gelijk aan huis 2, etc. Hoewel dit door sommige in twijfels wordt gebracht (Deborah Houlding o.a.) omdat niet altijd even gemakkelijk is de oude teksten te interpreteren. Soms omdat ze in versvorm geschreven zijn (zoals Manilius 10 n.C. in Astronomica - de oudste informatie bron) soms omdat ze bepaalde onderwerpen, zoals die van de huizen, vermijden (zoals Ptolemeus ongeveer 100 n.C.). Maar, Robert Hand himself zegt inmiddels alleen met het zodiakale systeem te werken, en met grote tevredenheid.


Hoe dan ook, de berekening van het MC is van latere datum en wordt aan Hypparchus toegeschreven (200 v.C.). Hij ontdekte de precessie van de equinoxen en stelde ook het begin van onze Zodiac vast (intersectie tussen evenaar en ecliptica) op 0°Aries. Vervolgens ontdekte en berekende hij het MC (d.m.v. een meridiaan verwant aan onze geografische meridiaan).


Rond 22 v.C moet in ieder geval zoiets hebben bestaan als een domificatie gezien Manilius er een beschrijving van geeft in zijn Astronomica. De betekenis van de huizen werd volledig afgeleid van de beweging van de Zon en de sterren boven, en in mindere mate onder, de horizonlijn. De interpretatie van de huizen was dus gebaseerd op de visuele waarneming van de zon die op- en ondergaat. Het zou misschien juister zijn, te spreken van de locatie van een planeet aan de hemel, dan van een huis zoals we dat nu verstaan. De locatie van een planeet werd altijd in relatie tot de Ascendant geïnterpreteerd en ging met de klok mee, dus letterlijk van zonsopkomst tot zonsondergang. Aan de hand van deze locatie bepaalden de astrologen de kracht van een planeet.


De directe relatie tussen de beweging van de Zon en de verschillende locaties, is waarschijnlijk de reden waarom Manilius het 7de huis associeerde met de ingang van het rijk van Pluto (= het begin van de nacht), en dat later, rond de tijd van Ptolemeus, aangenomen werd dat het 8ste huis (of beter gezegd dat wat wij 8ste huis noemen) het begin van de dood, én de descendant de dood zelf, of het soort dood aangaf.


Het is vrijwel zeker dat de astrologen uit die tijd twee systemen (methoden) naast elkaar gebruikten maar voor andere doeleinden: één gebaseerd op de zodiakale verdeling en één gebaseerd op de bewegingen (locaties) gedurende een dag (deze laatste methode werd gebruikt voor het maken van voorspellingen).


De analogie tussen tekens en huizen, die voor ons zo vanzelfsprekend is, ontstond in wezen veel en veel later. Volgens Denis Labouré, een Franse astroloog, gebeurde dat rond 1650. Het schijnt dat Morinus de eerste astroloog was die een directe verband legde tussen de betekenis van huizen en tekens. Volgens Labouré is dit gebaseerd op een verkeerde interpretatie van de oude teksten. Maar we zouden net zo goed kunnen zeggen dat Morinus juist een vernieuwend inzicht inbracht! Want tenslotte in zijn tijd werd bewezen dat de Aarde om de Zon heen draaide en niet de Zon om de Aarde! Als het ware vond er een ware decentralisatie plaats in het denken van de mens, een gigantische revolutie. En zo was het waarschijnlijk voor Morinus logischer om de betekenis van een huis te baseren op de zodiak en niet op de draaiing van de Aarde om haar as (= een dag) ofwel op de zichtbare bewegingen aan de hemel.
Maar terug naar de huizensystemen.



DE TECHNISCHE KANT

William Holden heeft de huizensystemen grofweg ingedeeld in 3 categorieën, overeenkomstig het kader dat gebruikt wordt voor hun berekeningen. Holden heeft een vrij technisch boek gepubliceerd over de huizen, maar helaas is dit boek nergens meer te krijgen (daarom geef ik hieronder een summiere samenvatting). Na het lezen van zijn boek kon ik er niet aan ontkomen te concluderen dat iedere nieuwe (huissysteem)-uitvinder een reden had om het huizensysteem dat al bestond te willen verbeteren. Ieder nieuw systeem was dus bedoeld als een verbetering van het oude.



DE HEMELSE GLOBE

Hemelglobe  handgetekend

Voor alle plaatsbepalingen aan de hemel wordt het gehele universum beschouwd als een enorme globe met in haar midden de Aarde. Het is een geocentrisch systeem. Niet omdat we denken dat alles om de Aarde draait, maar omdat we het heelal bestuderen vanaf de Aarde en omdat we de energieën hier op Aarde ontvangen en niet op de Zon. Daarom zijn de berekeningen in de astrologie geocentrisch. Wanneer we zeggen dat Mercurius in Vissen een vierkant maakt met Saturnus in Boogschutter, dan is dat niet alleen omdat we dat vanuit de Aarde zo waarnemen, maar ook omdat het hier op die manier (vierkant) werkzaam zal zijn.


Vanaf de Aarde gezien bewegen alle planeten zich binnen een vast pad ongeveer 8 graden Noord en 8 graden Zuid van de zonnebaan die zelf weer een hoek van 23,5 graden maakt ten opzichte van de Evenaar. De punten waar de Ecliptica en de Hemelse Evenaar elkaar kruizen rond 23 maart wijzen het 0° punt Ram (en bij deductie het 0° punt Weegschaal exact daar tegenover): de Lente- en Herfstequinoxen.



DE HOROSCOOPTEKENING

Werkelijkheid en horoscooptekening

 

Zoals we het in deze tekening zien, is de horoscooptekening een dwarsdoorsnee van de Hemelglobe. Een dwarsdoorsnee langs de eclipticalijn. Je ziet dat het MC samenvalt met het hoogste punt van de ecliptica maar dit is niet altijd juist. Soms is het snijpunt van de Meridiaan boven het hoofd van het mannetje en de ecliptica (het MC dus) niet het hoogste punt. Dat komt omdat de Aardas schuin staat. Het hoogste punt van de ecliptica is gewoon het punt dat vierkant op de ascendant staat (lees voor meer het artikel van Michele Raulin: 'herhalingsles kosmografie').



DE DRIE CATEGORIEËN HUIZENSSYSTEMEN

1. DE ECLIPTISCHE SYSTEMEN

 

Hemelglobe in de ecliptische huizensystemen

ecliptische huizen


Deze systemen nemen de ecliptica als uitgangspunt. Het zijn de oudste systemen.


De ecliptica wordt in 12 gelijke stukken verdeeld vanaf een bepaald punt. Zoals je ziet, wordt niet alleen de ecliptica verdeeld, maar de gehele hemelglobe. De cuspen komen bij elkaar bij de polen van de ecliptica, Noord en Zuid. De cuspen van de huizen in de horoscooptekening zijn in feite een platte optekening van de verdeling van de hemelglobe in parten. Het is net een sinaasappel die je precies doormidden snijdt. Deze verdeling wordt "het gelijke huizensysteem" genoemd omdat alle huizen even groot zijn, namelijk 30 booggraadlengte.


Er zijn verschillende ecliptische systemen, hun verschil ligt in het beginpunt. Meestal is dat de Ascendant. Wanneer men over het gelijke huizensysteem (Equal House System in het Engels) spreekt, wordt dit systeem bedoeld. Omdat de aardas schuin staat t.o.v. haar baan om de Zon, valt het MC niet altijd met het begin van het 10de huis. Dit geldt natuurlijk niet voor een horoscoop berekend voor plekken rond de evenaar en voor de momenten waarop dag en nacht even lang zijn. Dan is huis 10 gelijk aan het MC (middag-uur).


Het MC kan ook als beginpunt genomen. In dit geval valt het ascendantpunt niet altijd samen met het begin van het 1ste huis.


Het zodiakaal systeem (dat ik noemde aan het begin van dit artikel) is ook een ecliptisch systeem. Voor zover we nu weten ook het alleroudste systeem. Daarin is ieder huis gelijk aan één teken. Als je Ascendant Leeuw hebt op 25 graden, is het gehele teken Leeuw je eerste huis, etc.

 

Het systeem van Porphyrius: de overgang naar een andere berekeningswijze.

 

Op een gegeven moment moeten astrologen hebben gevonden dat het MC moest samenvallen met het 10de huis. Waarom weten we niet, wel wie dat gedaan heeft, nl.: Porphyrius. Porphyrius (3de eeuw n.C.) liet het 10de huis met het MC samenvallen en verdeelde vervolgens de booggraden tussen Ascendant en MC en Ascendant en IC in 3 gelijke delen. Dit systeem is overigens in India ook in gebruik onder de naam Sripati.


Wat Porphyrius deed is van uitermate belang voor de verdere ontwikkelingen (of eerder, verwikkelingen) rondom de huizen en hoe ze zullen worden berekend. Vanaf dan vielen (in de Westerse astrologie) de Ascendant samen met het begin van het eerste huis, en het MC met het begin van het 10de huis. Dit is het eerste huizensysteem waarin de huizen niet altijd even groot zijn. En, het is vanaf dat moment dat in de astrologie met onderschepte tekens en planeten te maken hebben! Wat Porphyrius in feite deed, is twee systemen met elkaar verbinden die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Maar we komen daar later nog op terug.


Om zijn oplossing beter te kunnen begrijpen, moeten we terug gaan in de tijd en ons verplaatsen in de gedachtewereld en geloofsovertuigingen van de mensen uit die tijd. We moeten ons realiseren dat het hen absoluut niet duidelijk was waarom het hoogste punt van de Zon aan de hemel niet altijd haaks stond op de Ascendant! Natuurlijk wist men van de seizoenen, en van de wisselende lengtes van dagen en nachten, van de langzaam en snel klimmende tekens, maar alleen vanuit de waarneming. Wat men nog niet wist was dat de aardas schuin lag t.o.v. de (schijnbare) zonnebaan en dat de aarde om de zon heen draaide. De gangbare (wetenschappelijk en religieuze) visie was dat de Aarde stil in het midden van het heelal lag en dat de planeten én de Zon én de vaste sterren om haar heen cirkelden.

 

Conclusie: in de ecliptische systemen komen we geen onderschepte tekens en planeten tegen behalve bij Porphyrius.

 

2. METHODEN GEBASEERD OP DE VERDELING VAN HET VOLUME VAN DE HEMELSE GLOBE (RUIMTE SYSTEMEN)



Hemelglobe in de ruimte systemen

Campanus


In deze systemen wordt niet de ecliptica maar het volume van de ruimte die men om zich heen heeft, verdeeld in 12 gelijke parten. Je zou kunnen zeggen: een Oost-West-Zuid-Noord gevoel. De geboorteplaats is het middelpunt; daarom wordt één van de grote cirkels uit het Horizonsysteem in 12 verdeeld.


Vervolgens worden deze 12 delen terug geprojecteerd op de ecliptica om de verbinding te maken met de tekens, en zo worden de huizen gevormd waarbij de Ascendant het beginpunt is van het eerste huis. Omdat de Aarde schuin staat, zijn de huizen niet gelijk in grootte. Hierdoor ontstaan onderscheppingen.


Dit is een versimpelde uitleg van deze ingewikkelde berekeningen. Er zijn nl vele systemen bedacht die de volume van de Hemelglobe verdeelden..... de meest bekende zijn: Campanus (waar Rudhyar voorstander van was), Regiomontanus en Morinus.


Campanus (een wiskundige uit de 13de eeuw) vond dat de berekeningen van Porphyrius niet 'logisch' waren, omdat de 2 assen gebaseerd waren op de dagelijks beweging van de aarde op een bepaalde plaats. Hij vond dat alle huizen op die manier berekend moest worden. Hij verkoos de grote cirkels van de Meridiaan en de Horizon als frame te gebruiken voor zijn berekeningen. Deze twee grote cirkels veroorzaken een verdeling van de Hemelglobe in 4 kwadranten.


Vervolgens verdeelde hij de Prime Vertical in gelijke bogen van 30 graden (de cirkel, haaks op de Hemelse Horizoncirkel, die door de Oost- en Westpunten gaat). De 12 grote cirkels die je zo krijgt ontmoeten elkaar aan de Noord- en Zuidpunten van de Horizoncirkel. De huizencuspen worden gevormd door de graden van de Ecliptica die deze grote cirkels doorsnijden.


Het probleem bij dit systeem is dat bij geboorte op hogere noorderbreedtes, een grotere hoek wordt gevormd naar de Prime Vertical, en de huizen dus steeds ongelijker worden.


Regiomontanus (1436-1476) borduurde hierop voort. Volgens hem was het logischer om de Hemelse Evenaar te gebruiken als basiscirkel voor de berekening van de huizen i.p.v. de Prime Vertical. Regiomontanus verdeelde dus de Hemelglobe in 12 grote cirkels vanaf de Hemelse Evenaar. Deze 12 grote cirkels ontmoeten elkaar aan de Noord- en Zuidpool van de Horizon. In dit systeem zijn de huizen verder net zo verwrongen als in het Campanus systeem.


Morinus (1583 - 1656) verdeelde de Evenaar in 12 gelijke booggraden en projecteerde deze gelijke verdeling op de Ecliptica. Deze grote cirkels ontmoeten elkaar aan de Noord- en Zuidpool van de Ecliptica. De ascendant is hier niet het zero punt maar wordt berekend door 90 graden op te tellen aan de graad van het MC. Ook hier waren de grootte van de huizen afhankelijk van de latitude.


Het idee om de ecliptica als uitgangspunt te nemen voor de berekeningen van de huizen werd hier losgelaten in het voordeel van een verdeling van de Hemelse Globe door de Meridiaan- en Horizoncirkels of Evenaar.


Vooralsnog, als we ons verplaatsen in het denken van de mens uit die tijd, is het logisch, in een tijd waarin de Aarde het onbeweeglijke middelpunt vormde van het universum om te denken dat deze verdeling juist is. Ze plaatsten zichzelf in het midden van de ruimte op Aarde. Want inderdaad, waarom zou je je systeem baseren op de beweging van de Zon (ecliptica)? Het stiltepunt is toch duidelijk de aarde waar alles om heen draait, en de plek waar je staat!


We zien dat een verschuiving plaatsvindt van een systeem gebaseerd op de relatie van de beweging van de Zon om de Aarde in een dag, naar een idee gebaseerd op de dagelijkse beweging van de totale ruimte om de Aarde. Het meest curieuze is wel het systeem van Morinus waarin noch de Ascendant noch het MC het begin van een huis aangeven, en de horoscoop als het ware de ruimte beschrijft maar per 'toeval' iets van doen heeft met de ecliptica.


Alle systemen die de Ruimte als uitgangspunt nemen, hebben een groot probleem; ze kunnen niet gebruikt worden voor plaatsen die boven 66 noorderbreedte liggen. In die tijd was dit natuurlijk niet persé een probleem.

 

Conclusie: alleen in deze systemen komen onderschepte tekens voor.

 

3. DE METHODEN DIE GEBASEERD ZIJN OP DE VERDELING VAN TIJD (TIJD-SYSTEMEN)


Deze systemen zijn van latere datum, vanzelfsprekend in een periode in onze geschiedenis ontstaan waar het begrip tijd een steeds grotere rol begint te spelen. Dit is de periode nadat Newton (1642-1727) kon aantonen hoe de Grote Kosmische Klok werkte.

 

Hemelglobe in de Placidus huizensysteem

Placidus

 

Placidus en Koch zijn Tijdsystemen


Placidus was een Italiaanse monnik en leefde tussen 1603 en 1668. Maar zijn systeem werd pas bekend dankzij de (huizen)tabellen die Rafaël in 1821 publiceerde. Dit leidde tot het succes van het Placidus-systeem want dankzij deze publicaties werd het ingewikkeld rekenwerk enorm vergemakkelijkt. Sommige astrologen zeggen dat dit systeem vóór Placidus al bestond en dat hij hem slechts bewerkt heeft. Hoe dan ook, blijkbaar moest er eerst wat tijd verstrekken voordat we ons open konden stellen voor de gevolgde redenering.


Het uitgangspunt is hier de rotatie van de Aarde om haar as, maar nu wel in relatie tot de Zon (de ecliptica): de tijd die een bepaalde graad van de dierenriem neemt om van de Ascendant tot het MC te komen, vormt de standaard eenheid van de berekeningen. Iedere graad van de ecliptica maakt een compleet revolutie in een siderische dag (asc.-> mc.-> desc.-> ic). Er wordt dus hier rekening gehouden met de verschillende bewegingen van de aarde. De wetenschappelijke inzichten hieromtrent had men dan ook net verworven. En, weer valt mij op dat nieuwe ontdekkingen hun invloed hebben op de manier waarop wij astrologen de huizen berekenen én of het bijbehorende systeem geaccepteerd wordt.


Dit laatste punt geldt naar mijn idee voor alle huizensystemen. Als je terugkijkt in de tijd zie je dat de veranderende inzichten van de mens over zichzelf, zijn plaats in het geheel en natuurlijk zijn kennis van het heelal, bepalend zijn voor hoe hij tot bepaalde conclusies komt. Dit kan een open deur lijken, misschien, maar het zijn juist deze inzichten en ontwikkelingen die grote gevolgen hebben gehad voor de manier waarop astrologen huizen gingen interpreteren, en vooral hoe zij ze gingen berekenen.


Natuurlijk stonden de astrologen in het begin van ons tijdperk, zich voor de onmogelijke taak gesteld de juiste berekeningen te maken. Hoezeer de berekeningen van toen ook gebaseerd waren op waarnemingen, hoezeer ze nu theoretisch van aard zijn (en zelfs zeer abstract voor velen sinds we gebruik kunnen maken van softwareprogramma's die dat ingewikkelde berekeningsdeel doen).


Het Koch-systeem is van recentere datum. Koch (1895 - ? ) studeerde Latijn, geschiedenis en Grieks, publiceerde diverse artikels over de vroegere geschiedenis van de astrologie en een boek over de psychologie van het astrologische symbolisme, maar hij legde zich specifiek toe op een studie van de diverse huizensystemen. Het viel hem op dat hoewel de ascendant berekend werd voor de geboorteplaats, de tussenliggende cuspen niet exact berekend werden voor de geboorteplaats. Hij vond het niet 'logisch' en ontwikkelde een systeem om alle factoren op een lijn te brengen. In het Koch systeem worden de tussenliggende cuspen voor dezelfde breedte (latitude) berekend.


Astrologen die Koch gebruiken, zeggen dat het beter (concretere) resultaten geeft bij progressies en transits, uurhoeken en solaren. De timing in dit tijdsysteem is blijkbaar goed.


Wat betreft de onderschepte tekens, deze bestaan zowel in Placidus als in Koch. En helaas: het zijn vaak niet dezelfde tekens! Bovendien, ook hier zullen we in de horoscopen van mensen die geboren zijn op hogere breedtegraden relatief veel onderschepte tekens tegenkomen.


Er zijn nog een paar systemen bedacht de laatste jaren, maar voorzover ik weet worden ze niet veel gebruikt.

 

SAMENVATTINGnderscheppingen

vanuit de geschiedenis en de tec
Het probleem van de onderscheppingen levert een obstakel voor de interpretatie van de horoscoop. Dit lijkt me een goede reden om dit probleem goed te bestuderen. Vanuit een studie van de geschiedenis van de huizen en de ontwikkelingen van de verschillende technieken, kunnen we in ieder geval vaststellen dat:


afhankelijk van het gebruikte huizensysteem:

1. Onderschepte tekens en planeten wisselen

2. Planeten kunnen in een ander huis vallen

3. Planeten kunnen over andere huizen heersen.

afhankelijk van de geboorteplek:

1. Grotere of kleinere onderscheppingen ontstaan: hoe Noordelijker (of Zuidelijker) iemand geboren is hoe meer kans hij heeft onderschepte tekens te hebben in zijn horoscoop. Wanneer iemand dicht bij de evenaar geboren is, komen we geen onderschepte huizen tegen.

2. Op de Noordpool kunnen Ascendant en MC vrijwel samen vallen, en wat dan?

3. Het hoogste punt van de ecliptica op een bepaalde moment is niet altijd het MC, want het hoogste punt van de ecliptica is het punt dat een vierkant maakt met de Ascendant. Kijk naar de hemel.

4. Er is altijd een Ascendant, het MC is op sommige plekken niet te berekenen (geen culminatie).

naast verschillen, hebben de huizensystemen overeenkomsten, nl:

1. Er zijn 12 huizen én ze worden synchroon met de tekens opgetekend (d.w.z. tegen de klok in); hun betekenis wordt tegenwoordig van de tekens afgeleid.

2. De twee assen Ascendant-Descendant en IC-MC zijn in alle systemen gelijk.

3. De ascendant wordt als beginpunt genomen (1e huis).

en verder dat:

1. De Mc-Ic en Ascendant-Descendant assen twee belangrijke assen vormen, maar niet tot dezelfde referentiekaders horen: de vraag is dus of het juist is beide berekeningswijze met elkaar te verbinden.

2. De enige systemen zonder onderschepte huizen zijn de ecliptische systemen met gelijke huizen.

 

CONCLUSIES

De reden waarom een bepaald huizensysteem de voorkeur krijgt, blijkt synchroon te lopen met culturele, sociale en dus ook mentale ontwikkelingen, vooral die rondom nieuwe inzichten in de relatie mens-aarde-kosmos. Een relatie die natuurlijk essentieel is voor de astrologie.


Vanuit een puur historisch en technisch standpunt bezien is het moeilijk tot een eindoordeel te komen wat betreft de onderschepte tekens en het juiste huizensysteem. Wat we wel kunnen concluderen aan de hand van de geschiedenis is dat wij een werkelijkheid die uit meer dimensies bestaat willen vangen in een plat vlak. Maar helaas, de Aarde staat schuin en haar as wijst naar het Noorden (Polaris) én tolt daardoor, en ze draait bovendien om de Zon.


Wij, astrologen, hebben dezelfde problemen als cartografen die een kaart van de wereld willen weergeven in één tekening. De verhoudingen zullen nooit kloppen. We kunnen verschillende methodes bedenken, maar het probleem zal blijven.


We hebben met (lees gebruiken) 3 verdeelsystemen te maken die allemaal een eigen Noord en Zuid pool hebben haaks op hun eigen basis-cirkel: de horizon, de ecliptica en de evenaar:


Het Evenaar-systeem geeft de rechte klimming en declinaties (hoogte boven de evenaar) en correspondeert met de geografische coordinaten (Meridiaan). Uit dit systeem wordt het MC afgeleid (culminatie). Het Noordpunt wijst naar de Poolster, een redelijk vast punt voor ons. Hoewel de tolling van dit aardas een verschuiving laat plaatsvinden vanaf het lentepunt.....


Het Horizon- systeem geeft de zenith, nadir, azimuth en hoogte (systeem dat gebruikt wordt door astronomen die sterren willen bekijken). Uit dit systeem wordt de Ascendant berekend (snijpunt horizon lijn met ecliptica in het Oosten).


Het Ecliptische systeem met zijn lengte (vanaf 0 graad Ram) en zijn breedte (plaats bepaling Noord of Zuid van de ecliptica) en zijn beginpunt rond 21 maart. Dit is het systeem van de astrologen, waar de planeten en de twee liichten op geprojecteerd en in berekend worden.


Planeten, Ascendant en MC worden in 3 verschillende systemen geplaatst. In de astrologie verbinden we ze met elkaar, in de vorm van de huizen. Daar komt nog bij dat we tussenliggende huizen gebruiken die weer (vaak) op een andere manier worden berekend.


Volgens mij kunnen we twee systemen met elkaar verbinden maar niet drie. In iedere geval niet binnen een twee-dimensionale vlak (lees ook).


De enige oplossing zou zijn om meer-dimensionaal te denken en vooral om meer-dimensionaal te zien en te tekenen. Wellicht dat software programma's ons daarbij kunnen helpen.


Astrologie is veel meer dan historie en techniek; het is een symbolische taal met een filosofische, spirituele en psychologische dimensie die naast analyse en waarneming ook een intuïtieve benadering vraagt. De keuze voor een bepaalde methode (systeem) moet mi in elk geval aansluiten op dat wat de astroloog wil bereiken. Een methode is een hulpmiddel, een huizensysteem is dat en niet minder of meer. Nu, in deze eclectische wereld is het aan de astroloog om zijn werk goed te doen en bewust te kiezen voor een systeem dat bij hem past. En dat hoeft niet persé dat systeem meer te zijn van zijn opleiders....


wordt vervolgd....


© Béatrice Boucher, D.F.Astrol.S.


workshop/lezing over de huizensystemen

Bronnen
Ralph William Holden; "The elements of house division"
Denis Labouré; "Les origines de l'astrologie"
Wilhelm Knappich; "L'histoire de l'astrologie"
Alice Bailey; "Esoterische astrologie"

 

naar boven