home      béatrice boucher      consulten      cursussen      lezingen & workshops      artikelen      links



kon.bib.

Korte schets van de ontwikkeling van de astrologie
© Beatrice Boucher

 

Er is lang geloofd dat de astrologie ontstaan was in Egypte maar de bewijzen daarvoor zijn nog steeds niet gevonden. Voor een groot deel is dat te wijten aan het feit dat in Egypte occulte kennis niet schriftelijk werd vastgelegd en mondeling werd overgedragen. Maar ook is het te wijten aan het conservatisme van de egyptologen die de astrologie niet beschouwen als iets dat ze moeten bestuderen en onderzoeken. Dit taboe is ook van toepassing op onze geschiedkundigen.


Een andere bron zegt dat in de Indiase astrologie, ofwel vedische astrologie, de oorsprong van de astrologie ligt (zie oorsprong van de vedische astrologie). Maar in de westerse wereld, is het de overtuiging dat Mesopotamië, het huidige Irak en de bakermat van onze beschaving, ook de bakermat is van de astrologie.

De oude teksten die de laatste jaren door Project Hindsight zijn vertaald, zijn allen afkomstig uit Arabië, Griekenland of uit het oude Europa en schijnen deze theorie te bevestigen. Dankzij deze vertalingen worden de oude technieken uit het verleden in ere hersteld. Dit project heeft de traditionele astrologie doen herleven, een astrologie die zich uitsluitend baseert op de kennis van de ouden en zich richt op de concrete voorspellende mogelijkheden van de astrologie.

Dankzij Project Hindsight weten we dat de eerste geboortehoroscoop uit 410 v.C. dateert en in cuneïform schrift geschreven was. Het bevat geen graden, alleen teken posities, en ook geen ascendant. Tabletten in cuneiform van rond 300 v.C. laten wel graden zien en maken duidelijk dat de planeten geplaatst zijn in een Siderische Zodiak Een Siderische Zodiak dat redelijk overeenkomt met die van Fagan-Allen.


De Vedische astrologie


Over de ouderdom van de astrologie vertellen bronnen uit India en Tibet een heel andere verhaal. David Frawley, Pandit en Vedische leraar, brengt op heldere wijze het gedachtegoed van de Vedische astrologie onder onze aandacht in zijn boek 'Astrology of the Seers'. Hierin blijkt dat de astrologie van veel oudere oorsprong is dan we denken.

Deze vedische astrologie maakt deel uit van de Veda's. De Veda's zijn oude heilige geschriften die voortgekomen zijn uit de revelaties van grote wijze wezens uit India, de rishis, die spirituele realisatie hadden bereikt en in staat waren tot occulte perceptie. De legende zegt dat deze vedische wetenschap aan de mensheid is geschonken. Het is een holistische spirituele kennis die alle domeinen van het bestaan omvat. De Rig Veda is de oudste van alle Veda's. Dan volgt de Sama-Veda, de Arjur-Veda en l'Atharva-Veda. De epische verhalen van de Mahábhárata, de Ramayana, de Upanishads en de Puranas zijn van latere datum. De Indiase traditionele chronologie dateert de Mahabharata van 3100 v.C., de Ramayana van 4300 v.C..

Volgens Frawley zijn de referenties in de veda's exact. Een aantal astronomische data uit de Vedische teksten zijn gecontroleerd en blijken wel degelijk samen te vallen met exacte astronomische momenten. Gezien de wiskundige kennis uit die tijd was het niet mogelijk om astronomische data te vervalsen; het kon alleen astronomische feiten zijn die astronomen waarnamen. Zo wordt er in de Rig-Veda een zoneclips beschreven die slechts met één datum kan samenvallen nl. 26 juli 3928 v.C. (Hermann G. Jacobi: "On the Date of the Rigveda" - 1894). Het zou daarom best kunnen dat alle andere vormen van astrologie hieruit voortkomen.


 

site M. Aquilar

Europa


In Europa werden astrologie en astronomie tot aan de 17e eeuw aan de universiteit onderwezen. De astronomie bestudeerde de bewegingen aan de hemel en probeerde door observatie hun wetmatigheden te ontdekken. De astrologie hield zich bezig met het leggen van verbanden tussen de bewegingen aan de hemel en die op aarde. Een astroloog was gewoon ook astronoom. De astrologie die bedreven werd tussen de 12de en de 17de eeuw was niet gericht op het individu, maar op de politieke situatie van een land en zijn leiders. Ondanks de bezwaren van de katholieke kerk hadden bijna alle vorsten in Europa astrologen in dienst. Ze werden afwisselend geëerd en gevangen gezet omdat ze niet alleen astrologen/astronomen waren maar ook moesten spionneren.


Hoewel de kerk bezwaar had tegen de (voorspellende kant van) astrologie, had ze ook astrologen in dienst. Een van hun belangrijkste takken lag in de berekening van de kalender die de kerk nodig had om de religieuze feestdagen vast te stellen. Zonder kalenders, geen religieuze feestdagen. En zo konden kerk en astrologie naast elkaar leven. Ze hielden zich bezig, de ene met de ziel van de mens na de dood, de andere met het leven van dezelfde mens voor zijn dood. In de openbaarheid bleef de astrologie voorspellend van aard. Maar bekende astrologen waaronder Paracelsus, Roger Bacon, Thomas d'Aquino en Kepler, hebben allen gesteld dat astrologie over de binnenwereld gaat en dat een wijze zijn sterren beheerst".


Het vaststellen van de juiste kalender begon, in de loop van de eeuwen, een steeds heidenser karwei te worden. Het lag voor een groot gedeelte aan het feit dat er nog geen uitsluitsel bestond, noch over de 'juiste' berekeningen van de planetenbanen, noch over de exacte duur van één jaar. En dit kwam omdat men dacht dat de aarde in het middelpunt lag van het universum. Door dit als uitgangspunt te nemen, werd men gedwongen, om de (vreemde) banen van de planeten uit te leggen, ingewikkelde theorieën te produceren. Natuurlijk kon geen van deze theorieën een bevredigende oplossing bieden voor dit probleem. Omdat het christelijke geloof een enorm invloed had op het denken uit die tijd (denk aan de inquisitie), was het niet 'veilig' voor een astroloog om te vertellen dat we in een heliocentrisch (dwz met de zon als middelpunt) systeem leefden! Tot aan de 17de eeuw werden geschiedenis, politiek en wetenschap (dat overigens niet bestond) in grote lijnen bepaald door de christelijke benadering van de werkelijkheid.

Om terug te komen op de berekening van de kalender; aan het einde van de 15de eeuw gaf de kalender een verschil aan van zo'n 12 dagen: de seizoenen correspondeerden niet meer met de dag waarop ze verondersteld waren te beginnen. Paus Gregorius XIII was een daadkrachtige man. Hij pakte het probleem aan: via een apostolische bul besloot hij op 24 februari 1581 om 10 dagen weg te laten. Op 4 oktober 1582 volgde gewoon 15 oktober! Het probleem was daarmee niet opgelost. En het zal ook even duren voordat de waarheid - nl het heliocentrische systeem - door de kerkvaders geaccepteerd zou worden. Voor de kerkvaders waren de hemelen namelijk perfect en onveranderlijk bovendien draaide alles om de aarde..

De 17de eeuw was een tijd van revolutionaire ideeën in Europa. Twee ontwikkelingen van grote betekenis zouden ons dichterbij een oplossing brengen: in 1608 formuleerde Kepler zijn wetten over de bewegingen van de planeten en Galileo ontdekte de manen van Jupiter en de ringen van Saturnus. Daardoor bewezen zij dat de hemelen veranderlijk waren en dat de planeten niet door engelen werden voortgedreven. Met Newton werd pas echt duidelijk hoe lang het jaar was, hoe de banen van de planeten liepen, en hoe deze te berekenen. Dit werd tevens de doodslag voor de astrologie die tot aan het einde van de 19de eeuw beroerde tijden kende.

Newton bewees op geniale wijze dat het universum op een grote klok leek. Ook bewees hij dat dankzij de het denken en de rede (en hiermee werd de wetenschap geboren) de mens greep kon krijgen op zijn omgeving en dat hij daarvoor geen kerkelijk gezag nodig had. Daarom viel alles wat met de kerk te maken had gehad in diskrediet. Astrologie was deel van het oude systeem en zo verdween ze langzaam maar zeker uit het maatschappelijke leven. Newton had bewezen dat het universum te begrijpen viel. Het universum werd een 3 dimensionaal werkelijkheid. Daar had je geen hokus pokus voor nodig. De mens was bevrijd van God, en vooral van de dogma's van de kerk.

Astrologie verdween natuurlijk niet geheel. Ze werd nog wel beoefend door en voor het volk, dat zich niet bekommerde om de intellectuele discussies van de astronomen.


Helena Blavatsky

De terugkomst van de astrologie


De Astrologie kwam zeer langzaam weer te voorschijn in Europa. Dit was voornamelijk te danken aan een hernieuwd interesse in spiritualiteit en geestelijke inspiratie, als reactie op het enorme materialisme van de 19de eeuw. Het waren de werken van de Theosofische Vereniging en van de Orde of the Golden Dawn die zorgden voor nieuwe impulsen.

De Theosofische Vereniging werd gesticht door Helena Blavatsky in 1848. Theosofie betekent Goddelijke wijsheid. Blavatsky schreef in "De Geheime Leer' een introductie tot het esoterisch boeddhisme voor het Westen. Een belangrijk uitgangspunt van de Theosofie was bijvoorbeeld dat alles in het universum energie en bewustzijn is. De Orde van de Golden Dawn was/is meer gericht op magie. Beide stromingen stimuleerden mensen om zich weer te gaan verdiepen in allerlei vormen van occulte wetenschap en spiritualiteit. Vele kunstenaars en intellectuelen waren lid van deze verenigingen en zo ontstond een nieuw intellectueel en spiritueel elan dat van grote invloed zal zijn voor de Europa van de 20ste eeuw en voor de astrologie in het bijzonder.

In feite heeft de astrologie alleen maar gewonnen door haar time-out. Ze kwam pas werkelijk uit haar cocon na de 2de WO. Deze astrologie was vernieuwd en verrijkt met de kennis van andere nieuwe wetenschappen. Inmiddels was er een chronologisch systeem ontwikkeld en geschiedenis was een vak geworden, net als de psychologie. Op praktisch gebied was er de invoering van een Universal Time of Greenwich Time (UT of gmt), het officieel bijhouden van geboorte akten waarin de geboorte uur werd vastgelegd én veel later maar net zo essentieel: de komst van de computer.


Deze moderne astrologie houdt zich primair bezig met het begrijpen van de relatie tussen de kosmische invloeden en de ontwikkeling van het bewustzijn: wie ben ik en waarom ben ik hier? Een van haar grootste inspiratoren is Dane Rudhyar aan wie we een nieuwe astrologische benadering te danken hebben: de humanistische en transpersoonlijke astrologie. Deze nieuwe astrologie richt zich op dat waarvoor astrologie bedoeld is: als een wegwijzer op het pad van zelfkennis. Maar natuurlijk ook daarover zijn de meningen op dit moment verdeeld zoals ze het altijd geweest zijn als het ging om de betekenis en de waarde van de astrologie.


Tegenover deze nieuwe moderne astrologie staat een opnieuw ontdekte traditionele astrologie. Ik neem aan dat beide stromingen de astrologie van de toekomst zullen bepalen, de ene gericht op zelfkennis, de andere op voorspellingen. Beiden zullen we wel nodig hebben.


Béatrice Boucher, Diplom. FAstrolS
© dec. 2002

Bron
'Histoire de l'Astrologie'; Wilhelm Knappich
Het allerbeste boek over de geschiedenis van de astrologie. Misschien alleen nog in het Frans en Duits te vinden.

 

naar boven